|
| |
Wij maken een grondige en niets ontziende evaluatie van ons morele gedrag
Een mens kan al snel zijn/haar levensdoel vergeten als hij/zij eenmaal beland
raakt in de turbulentie van alledag. Dag in dag uit wordt men geconfronteerd met
gebeurtenissen en emoties uiteenlopend van intense vreugde tot alles verterend
verdriet. Dit alles kan de gedachten en handelingen van de mens zodanig in bezit
nemen en bepalen, dat hij er niet aan toekomt zijn werkelijke doel de nodige
aandacht te schenken, waardoor hij afdwaalt van de koers naar het werkelijke
succes en dus in verlies verkeert. Zijn voorbereiding voor het Hiernamaals,
raakt verwaarloosd en veronachtzaamd waardoor het, fikse en mogelijk fatale
schade oploopt.
Zelfevaluatie leidt tot het corrigeren van fouten, het verbeteren en cultiveren
van goede eigenschappen en het uitbannen van slechte eigenschappen, wat
resulteert in het verkrijgen van vergiffenis van God, de Almachtige.
Aan de hand van het volgende voorbeeld kunnen we zien hoe belangrijk
zelfevaluatie, zelfbeoordeling en zelfinspectie wel niet zijn.
Voor de uitvinding van moderne navigatie-instrumenten zoals de radar, bevoeren
fiere galjoenen verre zeeën met als oriëntatiepunt de sterren. Elk schip had een
doel, en dat was het veilig bereiken van de eind- bestemming. En om dat doel te
bereiken legde de kapitein elke dag in zijn logboek vast welke afstanden het
schip die dag had afgelegd, hoe ver ze uit koers geraakt waren, en met welke
snelheid ze voeren. Wanneer bleek dat het schip uit koers geraakt was, liet de
kapitein de steven wenden om weer op koers te geraken. ( Corrigeren van
afwijkingen, rectificatie van fouten).
Zo corrigeerde de kapitein elke dag weer zijn koers, zodat hij veilig de
eindbestemming zou kunnen bereiken. ( Let wel: hij corrigeerde zijn fout nadat
hij eerst de afwijking had kunnen constateren door de situatie te evalueren.)
Als het schip averij opliep door een storm, inspecteerde de kapitein het schip
grondig, en na de schade te hebben geïnventariseerd liet hij het zo snel
mogelijk herstellen, zodat ze weer spoedig richting hun eindbestemming konden
afstevenen en het verloren tijd konden inhalen.
Zou een kapitein echter continu dronken zijn (door te veel rum te blijven
drinken of door drugs te gebruiken), dan zal hij verdoofd als hij is, zich niet
meer bewust zijn van zijn doel, zijn koers, en zijn beperkte tijd. Als gevolg
hiervan zal hij van zijn koers afwijken en het ene exotische eiland na het
andere aandoen, om daar plezier te beleven. Zo zal hij steeds verder afgedwaald
raken van zijn werkelijke bestemming, doordat hij in zijn roes en verdoving het
logboek niet meer heeft bijgehouden en de oriëntatie van zijn koers heeft
veronachtzaamd. Al snel zal hij schipbreuk lijden, omdat hij in vreemde wateren
verkeerd en er overal klippen en verraderlijke zandbanken hem opwachten. En
mocht dat schip als door een wonder niet door de golven zijn opgeslokt, dan
wacht het een minstens even dramatisch noodlot, namelijk dat de bemanning omkomt
van honger en dorst. Immers de proviand was beperkt, ze waren gebonden aan een
tijdslimiet. En die hebben ze overschreden zonder hun kostbare tijd te benutten
met het corrigeren van hun afwijking.
We kunnen onszelf vergelijken met het schip. De beperkte proviand met ons
tijdelijke leven. De vaten rum of drugs met de wereldse verdorvenheden en het
verdoofd en dronken raken met onszelf, d.w.z. zo in de ban raken van het lagere
zelf (het ego), dat men het ware doel vergeet. Alleen is het doel hier nu de
tevredenheid behalen van God, de Almachtige. Vandaar dat men zich moet behoeden
van de wereldse verdorvenheden, anders raakt men zo verdoofd erdoor dat men het
doel niet meer ziet en sterft zonder het doel te hebben bereikt. Bovendien is
ons leven beperkt en kunnen we het ons niet permitteren om afgedwaald te raken
van onze koers naar het ultieme doel.
De door een overdosis rum verdoofde schipper besefte niet dat waarmee hij bezig
was hem fataal zou worden, en telkens wanneer een bemanningslid hem aanmaande
tot inkeer te komen, werd hij kwaad. Hij zag nergens gevaar en was er niet van
bewust dat zijn proviand beperkt was. Maar toen zijn schip op de klippen te
pletter sloeg en hij uit zijn roes ontwaakte was het al te laat.
Waarom ontwaakt de dronken mensheid niet uit de verdovende wereldse
verdorvenheden, nu het nog kan?
Waarom komen we niet tot inkeer nu het nog kan?
Waarom zouden we zo kortzicht zijn als de verdoofde schipper?
Voorwaar, de tijd dringt. Elke dag die voorbijgaat, is er een minder in ons
leven. Met het verstrijken van elke dag, komt de dood een dag dichterbij. Laten
we nu de opgelopen schade die we in ons zondig leven hebben opgelopen nu
schouwen en inventariseren, om het zo goed mogelijk te herstellen. Laten we
kijken hoe ver we afgedwaald zijn van ons werkelijke doel, zodat we onze koers
alsnog kunnen corrigeren.
Elke dag waarin we niet dichterbij ons doel zijn kunnen komen is tijdverlies
geweest, en het zou beter geweest zijn indien we die verspilde dag niet hadden
geleefd.
God, de Almachtige, roept ons op:
is het geen tijd geworden dat de harten zich uit vrees voor Mij neerbuigen? En
ophouden Mij ongehoorzaam te zijn.
Wil men zichzelf behoeden van het verdoofd raken, dan is het noodzakelijk dat
men zich ook behoedt van de oorzaak daarvan, en dat zijn de wereldse
verdorvenheden. En dat is een moeilijke zaak als men zichzelf van tijd tot tijd
niet onderwerpt aan een zelfinspectie en zelf evaluatie. Vandaar dat het een
grote gunst is van God, de Almachtige, dat Hij ons het leven heeft geschonken ,
met o.a. daarin de specifieke gebedstijden waarin er volop gelegenheid wordt
geboden voor zelfevaluatie, het zuiveren van het innerlijke en het ontnuchteren
van die verdoving.
| |
|